De intocht in Jeruzalem:
eerst Hosanna, maar straks… het hout?
In de sport zie je het voortdurend gebeuren. Een nieuwe trainer, een sterspeler, een directeur wordt jubelend binnengehaald. Sjaals omhoog, vuurwerk erbij, iedereen overtuigd dat dit het begin is van iets groots. En een seizoen later klinkt er gefluit. De held blijkt niet te leveren wat men had gehoopt: “Eruit met hem!”
Zo’n zelfde proces hangt ook boven de intocht van Jezus in Jeruzalem, zoals The Chosen het in de eerste aflevering van seizoen 5 neerzet. Alleen wel met één groot verschil. Jezus wist al dat Hij niet zou voldoen aan de verwachtingen van zijn ‘fans’.
Verwachtingsmanagement
Jezus weet al wat hem en zijn leerlingen te wachten staat. In een vooruitblik op het Laatste Avondmaal, houdt Hij hen voor: “jullie zullen huilen en weeklagen, [...]”. Maar ook zegt Hij: “[...] je verdriet zal in vreugde veranderen.” Jezus spreekt over lijden dat komt, over een uur dat nadert, een apotheose (om maar in sporttermen te blijven) die aanbreekt. De leerlingen horen het aan en reageren onwillekeurig opgelucht wanneer Hij zo helder en duidelijk lijkt te spreken, maar Jezus tempert hun zekerheid al snel, want hij vertelt hen: “Jullie zullen uiteen gejaagd worden.” Zo ‘managed’ hij de verwachtingen.
Bekijk hier de scène waarin dit allemaal gebeurt:
Rondzingende verwachtingen
Maar de verwachtingen van het volk laten zich niet managen. Terwijl Jezus op de ezel gaat zitten, zingen verwachtingen letterlijk rond: ‘Hosanna voor de Zoon van David’, klinkt het overal. Ze zingen het met vuur en passie. Hosanna betekent: red ons. Het is een gebed, maar ook een verwachting: ‘Red ons van Rome. Red ons van vernedering. Red ons nu. Zoals Koning David ooit deed - met het zwaard!’ Want, wie om redding roept, heeft meestal al een plaatje in zijn hoofd van hoe die redding eruit moet zien.
Wie om redding roept, heeft meestal al een plaatje in zijn hoofd van hoe die redding eruit moet zien.
De ezel als voetstuk
En je ziet het: wanneer Jezus dan eindelijk op een ezel Jeruzalem binnenrijdt, herkennen sommigen onmiddellijk de profetie uit Zacharia. “[...] kijk: uw koning komt naar u toe! Hij is de rechtvaardige, de overwinnaar [...] en rijdt op een jonge ezelin.” Hierin zien ze de koning die ze wensen dat hij is! Een revolutionair leider, een nationale bevrijder! Het is allemaal pijnlijk ironisch. Wat de mensen roepen klopt precies, maar ze beseffen niet waarom. Ze zingen de waarheid, maar met een verkeerd script in hun hoofd.
Zelfs Jezus’ tegenstanders voelen het aan. In The Chosen spreken ze zich zo uit: “...omdat je jezelf tot vorst hebt uitgeroepen, zal Rome ons allemaal te grazen nemen!” Op de achtergrond kibbelen de religieuze leiders over controle, orde, geldstromen en executies. De stad juicht, maar de macht rekent. En zo wordt de ezel een rijdend voetstuk, waar ze de koning op hijsen die hen het beste uitkomt.
De tranen van de koning
En niemand, zelfs de leerlingen om Jezus heen, zou verwachten dat de Ware Koning een huilende koning zou zijn. Want midden tussen die lofzangen, de wapperende palmbladen en de mantels die voor hem uitgelegd worden, zien we in The Chosen hoe het bij Jezus binnen komt. In een visioen ziet hij het bloed aan de muren van de stad. En de twee Mary’s zijn er getuige van dat hij plotseling stilvalt. In de Bijbel wordt gezegd: ”Zodra Jezus de stad zag liggen, begon Hij te huilen. Hij zei: ‘Jeruzalem! Kon juist u vandaag maar inzien wat er nodig is voor vrede, maar u ziet het niet.”
Midden tussen die lofzangen, de wapperende palmbladen en de mantels die voor hem uitgelegd worden, zien we hoe het bij Jezus binnen komt.
Wat is waar?
Heb je de eerste aflevering van seizoen 5 al gezien? Misschien kreeg je er ook kippenvel van. Misschien sta je in gedachten langs de weg, zing je mee, voel je de opwinding van het moment. Of wie weet voel je je meer als één van de discipelen: opgetogen, maar met een onbestemd gevoel van spanning.
Die spanning is terecht. De leerlingen kunnen nog niet overzien wat Jezus al doorvoelt: na dit ‘Hosanna’ zal al snel het hout volgen. Het hout van het kruis waaraan Hij gespijkerd wordt en sterft. Boven zijn hoofd zullen ze dan een bordje timmeren met precies de titel erop die nu nog zo uitbundig wordt gezongen: koning.
De stoet trekt Jeruzalem binnen. De mensen zingen wat waar is, maar niet zoals zij denken. Het is eenvoudig om mee te zingen wanneer de verwachtingen hoog zijn. Moeilijker wordt het wanneer de koning anders blijkt te regeren dan wij hadden gehoopt.
Want uiteindelijk staat ieder van ons ergens in die stoet: zingend, twijfelend, afwachtend of ergens tussenin. En dan is het niet de vraag wat wij meeroepen, maar wie of wat we aanroepen. Een koning die onze verwachtingen maar moet waarmaken, of de Koning die zijn tranen niet verbergt en het hout niet ontwijkt?