Durf te blijven wanneer je wilt vluchten
Blijven. Toewijding. Verbonden blijven, juist wanneer alles in je schreeuwt om weg te rennen. Voor veel mensen van mijn generatie klinken dat soort woorden ouderwets. Alsof ze horen bij een tijd waarin keuzes eenvoudiger waren en opties beperkter. En als ik eerlijk ben, herken ik dat gevoel maar al te goed. Misschien loop ik daarin zelfs voorop. Laat me je meenemen naar een moment waarop dat pijnlijk duidelijk werd.
De vluchtstem in Parijs
Anderhalf jaar geleden liep ik met mijn vriendin door Parijs, richting de Sacré-Cœur. Het was zo’n avond waarop alles klopte: gouden zonlicht, muziek op het plein, uitzicht over de hele stad. Maar terwijl zij naast me liep, voelde ik één ding overduidelijk: onrust.
Sinds we officieel een stel waren, leek er ergens in mij een vluchtknop te zijn ingedrukt. Niet omdat zij niet goed genoeg was – integendeel – maar omdat kiezen soms voelt alsof je alles verliest wat nog mogelijk had kunnen zijn. Een ander leven. Een andere toekomst. Een ander pad.
Ik heb al heel mijn leven last van bindingsangst en nu speelde het weer in alle hevigheid op. En eerlijk is eerlijk: onze tijd helpt ook niet mee. We leven in een wereld waarin er altijd nóg een optie is. Nog een kans, nog een swipe, nog een mogelijke partner, baan, stad of toekomst. Keuzes voelen definitief in een cultuur die ons vertelt dat niets definitief mág zijn.
Blijven brengt vrucht
Toch is dit de paradox: alles wat mooi en vruchtbaar is, groeit pas wanneer je durft te blijven. Wanneer je wortelt. Wanneer je kiest.
Jezus zegt in Johannes 15:
“Een rank die niet aan de wijnstok blijft, kan uit zichzelf geen vrucht dragen.”
In de context gaat dit over Hemzelf – Hij is de ware wijnstok – maar het principe is breder. Ook in relaties, vriendschappen, werk of missie worden we uitgedaagd om te blijven. Om ons toe te wijden. Om niet steeds te vluchten naar een nieuwe kans of nieuwe optie.
De vraag is dus: durf je te blijven, ook wanneer je vluchtstem harder roept dan je verlangen om te groeien?
Een verhaal dat mij nooit meer heeft losgelaten
Een van de meest indrukwekkende voorbeelden van toewijding die ik ken, is dat van Carolyn Ros. Ze verhuisde als eindtwintiger met haar man en vier kinderen van Japan naar Nederland om hier missionaris te worden. Nog voordat ze goed en wel waren geland, werd haar man ernstig ziek: een tumor in zijn hoofd.
Na de operatie herkende hij haar niet meer. Hij was zijn herinneringen kwijt en sprak nog maar honderd woorden. En daar stond ze dan. In een vreemd land. Met vier kinderen en een man die er nog wel was, maar tegelijk ook niet meer.
Carolyn had kunnen vertrekken. Een nieuw leven kunnen opbouwen. Iedereen had het begrepen. Maar zij bleef. Ze leerde haar man opnieuw lezen en schrijven. Woord voor woord. Dag voor dag. Jarenlang – decennialang zelfs.
En nu, tientallen jaren later, kan hij weer gesprekken voeren. Enkel omdat iemand ervoor koos níét te vluchten, maar te blijven.
Blijven als weg naar vreugde
Jezus zegt aan het einde van datzelfde hoofdstuk in Johannes iets opmerkelijks:
“Dit zeg ik tegen jullie om je mijn vreugde te geven; dan zal je vreugde volkomen zijn.”
Wat een prachtige belofte: blijven leidt tot blijdschap. Het kost je iets, maar het heelt ook. Het brengt een diepe vreugde voort die je nooit zult vinden in een leven dat alleen om jezelf draait.
Ik hoorde ooit iemand zeggen: “Verbinden met mensen werkt als verband op je wonden.”
Dat gun ik jou én mezelf: dat we mensen worden met geheelde wonden, mensen die vrucht dragen, en vanuit die verbinding de vreugde vinden die Jezus belooft.
Auteur: Tim Thijs Ketting